Bij de jaarrekening wordt vervolgens door de gemeentebestuur in de paragraaf grondbeleid verantwoording afgelegd over het gevoerde grondbeleid, waarbij inzicht gegeven dient te worden in de resultaten en hoe deze resultaten zich verhouden tot het begrote resultaat.
Volgens artikel 16 BBV bevat de paragraaf grondbeleid in ieder geval:
Een visie op het grondbeleid in relatie tot de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting;
Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
Een onderbouwing van de geraamde winstneming;
De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken.
4.2.3. De interne en externe controle
De Financiële verordening ex artikel 212 gemeentewet schrijft voor dat vanuit het oogpunt van planning & control het grondbeleid en de financiële gevolgen daarvan onder meer getoetst worden aan begrippen zoals getrouwheid en rechtmatigheid. Jaarlijks geeft de raad door middel van het controleprotocol een nadere invulling aan de wijze waarop de interne controle vorm moet worden gegeven en waar de speerpunten liggen.
Uiteraard vindt er ook jaarlijks een externe controle plaats van de jaarrekening, waaronder de paragraaf grondbeleid, door de accountant. Deze controle wordt vooraf gegaan door een interimcontrole.
Met ingang van 2021 treedt de Rechtmatigheidsverantwoording in werking. Het college van B&W gaat dan, in plaats van de accountant, zelf een rechtmatigheidsverklaring afgeven bij de jaarrekening.