1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel.
2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde volume-eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
3.1. Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen van een perceel wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing van het in hoofdstuk 1.2, onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel genoemd gedifferentieerd gedeelte van de belasting.
3.1.1. De vaststelling van het totaal per belastingtijdvak ingezamelde gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen van een perceel, dat niet behoort tot een groep van percelen, vindt plaats door een optelling van de gewichten van het drie-wekelijks ingezamelde groente-, fruit- en tuinafval van dit perceel in het betreffende belastingtijdvak, een optelling van de gewichten van de drie-wekelijks ingezamelde plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken van dit perceel in het betreffende belastingtijdvak en een optelling van de gewichten van de drie-wekelijks ingezamelde overige afvalstoffen van dit perceel in het betreffende belastingtijdvak.
Het gewicht van de drie-wekelijks ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per perceel, dat niet behoort tot een groep van percelen, wordt vastgesteld als het verschil van het gewicht van de betreffende container vóór lediging en het gewicht na lediging.
3.1.2. Voor de berekening van het gedeelte van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel voor een perceel, dat niet behoort tot een groep van percelen, wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto.
3.1.3. Voor de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel dat behoort tot een bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen groep van percelen wordt een vast bedrag per perceel per belastingtijdvak in rekening gebracht.
3.1.4. Geen gewicht wordt bepaald van afvalstoffen die worden aangeboden in een ondergrondse container. Per belastingtijdvak vindt de vaststelling van het totaal aantal verrichte openingen van de ondergrondse container plaats door optelling van het aantal keer dat in het belastingtijdvak de ondergrondse container met de afvalpas is geopend, welke openingen daarbij automatisch zijn geregistreerd door de paslezer.
HOOFDSTUK
Artikel 6
Maatstaf van heffing en tarief
Onderdeel van Verordening reinigingsheffingen 2021