Deze verordening verstaat onder:
Gemeentelijke begraafplaatsen:
De begraafplaatsen waar deze verordening betrekking op heeft zijn:
het begraafpark “Oeverse Bos” in Emmen;
de begraafplaats “Kerkhoflaan” in Emmen;
de begraafplaats “de Wolfsbergen” in Emmen;
de begraafplaats aan de Runde NZ in Emmer-Compascuum;
de begraafplaats aan de Havenstraat in Erica;
de begraafplaats aan het van Echtenskanaal NZ in Klazienaveen;
de begraafplaats aan het Drijverspad, in Nieuw-Amsterdam,;
de begraafplaats aan de Klazienaveensestraat in Nieuw-Dordrecht;
de begraafplaats aan het Weerdingerkanaal ZZ in Nieuw-Weerdinge;
de begraafplaats aan de Pastorieweg in Roswinkel;
de begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Schoonebeek;
de begraafplaats “de Tweeling” aan de Nieuweweg in Veenoord;
de begraafplaats aan de Ellenbeek in Weiteveen;
de begraafplaats aan het Verlengde van Echtenskanaal NZ in Zwartemeer.
beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;
rechthebbende: de (natuurlijke of rechts-) persoon die de rechten heeft van een particulier graf;
belanghebbende: degene aan wie het recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf wordt verleend en als zodanig geregistreerd bij de administratie van de begraafplaatsen;
particulier graf: een graf waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin wordt begraven of bijgezet; er zijn verschillende vormen van particuliere graven, zie verderop in deze verordening;
natuurgraf: een particulier graf waarvoor aparte richtlijnen en een aparte uitgiftetermijn gelden en een apart tarief gerekend wordt;
algemeen graf: een graf waarbij de gemeente bepaalt wie daarin wordt begraven
urnengraf: een particulier graf waarvan de rechthebbende het recht heeft een of meerdere asbussen bij te zetten en bijgezet te houden;
urnennis: hetzelfde als een particulier urnengraf, met dit verschil dat de urn in één nis geplaatst wordt;
particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan de rechthebbende het uitsluitend recht is verleend om een overledene te gedenken;
grafbedekking: gedenkteken of winterharde beplanting op een graf of gedenkplaats. Onder grafbedekking wordt niet verstaan losse versiering zoals plantenpotten, kaarsenhouders en dergelijke;
grafkelder: een betonnen, gemetselde of andere wettelijk toegestane constructie waarin een lijk wordt begraven of asbussen worden bijgezet;
urnenkelder: een wettelijk toegestane constructie waarin een of meerdere asbussen worden bijgezet;
gedenkteken: een grafsteen, liggende of staande zerk, sluitplaats of ander monument ter nagedachtenis aan een overledene;
asbus: een omhulsel waarin de as van een overledene bewaard wordt en die altijd voorzien is van onuitwisbare persoonsgegevens;
urn: het sieromhulsel van de asbus; in de volksmond wordt met een urn vaak de asbus bedoeld;
strooiveld: een plaats op de begraafplaats waar as wordt verstrooid;
bezorging van as: het bijzetten van een asbus in een urnengraf of urnennis of het verstrooien van as;
verlof tot begraven: de schriftelijke toestemming voor het begraven van de overledene, die de gemeente afgeeft bij de aangifte van overlijden. Dit verlof moet worden overhandigd aan de begraafplaats waar de uitvaart plaatsvindt;
administratie van de begraafplaats: ambtenaar die onder andere belast is met de planning van de uitvaarten en het bijhouden van het register;
ruimen: het uit graven verwijderen van de overblijfselen van overledenen en eventuele resten van kisten en omhulsels;
overledene: een lijk zoals bedoeld in de wet op de Lijkbezorging;
onbepaalde tijd: uitgiftetermijn van een graf waarvan de duur vooralsnog onbepaald is, maar waaraan het college een aantal voorwaarden heeft gesteld waarbij de rechten kunnen eindigen.