In deze verordening wordt verstaan onder:
markt: de door het college ingestelde warenmarkten;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;
frontbreedte van een standplaats: de lengte van de zijde van een standplaats met een ruimte van maximaal drie strekkende meters diepte die aan een voor het publiek geprojecteerde gang is gelegen;
strekkende meter tarief: het tarief voor een standplaats met een diepte van maximaal drie strekkende meters;
week: kalenderweek;
maand: kalendermaand;
belastingjaar: het kalenderjaar (waarin de belastingplicht is ontstaan).