Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Vergoedingen aan houders van peuterscholen voor peuterplaatsen en ve

Onderdeel van Beleidsregels voorschoolse educatie, peuterplaatsen en kinderopvang SMI 2021

Er zijn vier groepen ouders voor wie houders een vergoeding van de gemeente ontvangen. Ouders met recht op kinderopvangtoeslag (KOT), regulier Ouders met recht op KOT, vve-doelgroep Ouders zonder recht op KOT, regulier Ouders zonder recht op KOT, vve-doelgroep Uitgangspunt zijn de volgende uurprijzen: Vve: € 11,68 (doelgroep), Peuterplaats en 2-2,5 jarigen: € 8,79 (regulier). De gemeente vergoedt het verschil tussen de uurprijs waarvoor ouders een eigen bijdrage betalen (inkomensafhankelijk, maximaal € 8,46) en de genoemde prijzen voor vve en peuterplaatsen (respectievelijk € 11,68- € 8,46=3,22 en € -8,79-€ 8,46=0,33). De bijdrage van de gemeente voor ouders zonder kinderopvangtoeslag (KOT) hangt af van het inkomen van ouders, conform de bovenstaande tarieventabel VNG. In onderstaand rekenvoorbeeld is gerekend met modale inkomens (de derde categorie in de VNG tabel, met een gezamenlijk toetsingsinkomen tussen de € 31.215 en € 42.953), waarbij de ouderbijdrage per uur in 2021 0,90 cent bedraagt. In de Bijlage is te zien wat de bedragen zijn voor de andere inkomensgroepen uit de VNG tabel. Type ouder Maximaal aantal weken per jaar Aantal uur per week Bedrag per uur regulier KOT 40 8 0,33 doelgroep KOT 40 8 3,22 40 Laatste 8 uur 11,68 Gezamenlijk toetsingsinkomen categorie 3 (tussen de € 31.215 en € 42.953) regulier geen KOT 40 8 7,89 doelgroep geen KOT 40 8 10,78 40 Laatste 8 uur 11,68

Rechtspraak bij dit artikel