In deze nadere regels wordt verstaan onder:
College: Het college van burgemeester en wethouders;
Organisatie: Een organisatie van mensen en middelen met als doel het leveren van producten of het verlenen van diensten aan andere organisaties of particulieren;
Cofinanciering: Middelen - in de vorm van een bijdrage in geld of natura, die door een aanvrager worden ingezet naast de subsidie ingevolge deze nadere regels.
Circulaire economie: De circulaire economie is een ruim begrip, voor het stimuleringsfonds wordt de figuur in bijlage 1 gehanteerd om te bepalen hoe circulair een oplossing is. Hoe hoger een oplossing staat, hoe beter de oplossing is; dus het voorkomen van het gebruik van grondstoffen is het meest circulair, en het gebruiken van energie uit afval het minst circulair. Voor het stimuleringsfonds komen de oplossingen van ‘refuse’ tot en met ‘repurpose’ in aanmerking voor subsidie.
De-minimisverklaring: Bijlage 3 bij deze nadere regels.
De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352);
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Nadere regels stimuleringsfonds voor circulaire bedrijvigheid 2020-2021