Ter zake van het betaald parkeren geschiedt door het in werking stellen van de parkeerapparatuur door het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften of door het bij aanvang van het parkeren activeren van de parkeertransactie via de mobiele telefoon bij één van de providers die zijn aangesloten bij de SHPV en het bij terugkomst bij het voertuig de parkeertransactie deactiveren om de parkeertijd alsmede de betaling te beëindigen.