Naar hoofdinhoud
1.. Een pgb voor jeugdhulp uit het sociaal netwerk kan in principe alleen betrekking hebben op begeleiding en/of persoonlijke verzorging, dagbesteding en logeerzorg. 2.. De aanvrager moet een gemotiveerd plan maken waarin de wens wordt uitgesproken om informele ondersteuning in te willen zetten. 3.. De financiële vergoeding van informele ondersteuning blijft in elk geval beperkt tot die gevallen waarin deze hulp de gebruikelijke hulp als bedoeld in artikel 7 van deze verordening overstijgt. 4.. Bij de beoordeling van informele ondersteuning moet in aanvulling op lid 2 voldaan worden aan de volgende voorwaarden: De geboden hulp is passend, adequaat en veilig; De geboden hulp leidt niet tot overbelasting van de persoon/personen die de hulp biedt/bieden. 5.. In aanvulling op het vierde lid, wordt inzet van informele ondersteuning met een pgb in ieder geval passend geacht, indien één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: de hulp is vooraf niet goed in te plannen; de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft. 6.. De ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren.

Rechtspraak bij dit artikel