**1.** De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld gedurende zes maanden vanaf de dag van beëindiging van deelname aan onderwijs of beroepsopleiding:
indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering, op een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van hoofdstuk III van de Wet tegemoetkoming studiekosten; dan wel
indien de belanghebbende op de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de beëindiging plaatsvond jonger was dan 25 jaar en de voor werkzaamheden beschikbare tijd voor tenminste 19 uur per week in beslag werd genomen door het onderwijs of de beroepsopleiding, tenzij het betreft een scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid, dan wel aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen, als bedoeld in artikel 9van de wet.
**2.** De verlaging bedraagt vijftien procent van het netto minimumloon.
Hoofdstuk 1
Artikel 6
Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm of de toeslag bij schoolverlaters
Onderdeel van Toeslagenverordening 2004