Naar hoofdinhoud
1.. Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder wordt verstaan: gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk; het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. door gebruik te maken van een vrij toegankelijke voorziening, of; door gebruik te maken van een andere voorziening. 2.. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 3.. De voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 10 dagen vóór de aanvraag. 4.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate beschikbare voorziening. 5.. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel