**1..** Het college informeert de jeugdige en/of ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
**2..** Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
**3..** Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat:
de jeugdige en/of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen;
de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het persoonsgebonden budget, of
de jeugdige en/of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
**4..** Als het college een besluit op grond van het tweede lid onderdeel a heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten persoonsgebonden budget.
**5..** Het college kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.
**6..** Het college wijst op grond van artikel 2.9 lid d van de Jeugdwet juncto de artikelen 5:11 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de rechtmatigheid van de besteding van individuele voorzieningen, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet.
**7..** Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1