1. 1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
    • - houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
    • - hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
    • - boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een stamomtrek van minimaal 31cm, gemeten op 1.30 meter boven het maaiveld. Ingeval van meerstammigheid geldt de doorsnede van de dikste boom;
    • - dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
    • - bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;
    • - boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door het product van de factoren:
    • - de oppervlakte in cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld;
    • - de geïndexeerde eenheidsprijs per cm²;
    • - de standplaatswaarde;
    • - de conditiewaarde;
    • - de waarde van de plantwijze;
    • - iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);
    • - iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.
  2. 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, kandelaberen, het snoeien van meer dan 25% van het kroonvolume, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.