Naar hoofdinhoud
De functioneel applicatiebeheerder voorziet in: de communicatie bij storingen in hard- en software; een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden; de toekenning van de autorisatieniveaus voor actualiseringen aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de functioneel applicatiebeheerder zelf op grond van een besluit van de informatiebeheerder; de bijhouding van een dossier van autorisaties, die overeenkomstig artikel 6 door de informatiebeheerder zijn toegekend; het testen en evalueren van nieuwe versies van de applicatie , alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur; de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van de applicatie; de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van de applicatie ontstaan;en zorgt, eventueel door inschakeling van de systeembeheerder of een derde, voor een oplossing; de voorlichting aan alle in artikel 2 genoemde functionarissen met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van de applicatie; de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk in overleg met de systeembeheerder; de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de basisregistratie personen worden ontleend; de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens; een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen de applicatie , zo nodig door inschakeling van een derde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel