De aflossing begint op het moment dat wij de uitkering stoppen. Daarna moet u maandelijks aflossen.
Het maandbedrag voor de aflossing stellen wij steeds voor één jaar vast.
U hoeft alleen af te lossen als uw inkomen hoger is dan de uitkeringsnorm die voor u geldt.
Als uw inkomen hoger is dan deze uitkeringsnorm, dan betaalt u van het bedrag dat u méér ontvangt, de helft aan ons.
Als het nodig is, kunnen wij tussentijds het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vaststellen Wij kunnen daarbij ook rekening houden met extra kosten die u moet maken. We kijken dan wel of deze kosten echt noodzakelijk zijn.
Als u tijdens de aflossingsperiode niet aan uw verplichtingen voldoet, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening direct opeisbaar en moet u ook wettelijke rente betalen over de achterstallige termijnen.
Artikel 6
Aflossing en rente geldlening
Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Dronten 2021