Naar hoofdinhoud
1.. Een vervoersvoorziening wordt toegekend wanneer: het gaat om een vervoersvraag voor een jeugdige die een indicatie heeft voor een individuele voorziening jeugdhulp, en waarbij een zodanig langdurig, langer dan 3 maanden en/of intensieve, twee of meer keer per week hulptraject is geïndiceerd, en er is sprake van een medische noodzaak dan wel een beperking in de zelfredzaamheid, en het voor de jeugdige of zijn ouders niet mogelijk is om op eigen (financiële) kracht en eigen verantwoordelijkheid (al dan niet gedeeltelijk en/of met behulp van het eigen netwerk) het vervoer te organiseren, en er geen andere regeling/voorziening is waarvan de jeugdige gebruik kan maken voor het vervoer naar de jeugdhulpvoorziening, en er geen passende jeugdhulpvoorziening op kortere afstand beschikbaar is, en de minimale afstand tot de jeugdhulpvoorziening meer dan 6 kilometer bedraagt; alles daaronder wordt gezien als gebruikelijke hulp en wordt van ouders verwacht dat zij dit zelf regelen.

Rechtspraak bij dit artikel