Wij kunnen, op verzoek van de debiteur, besluiten geheel of gedeeltelijk van (verdere) invordering af te zien, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
er is redelijkerwijs te voorzien dat de debiteur niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, en;
redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen, en;
de vordering van de gemeente vanwege teruggevorderde bijstand, inkomen of uitkering ten minste zal worden voldaan naar rato met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang, en;
het verzoek tot medewerking aan een schuldsanering/bemiddeling wordt ingediend door een erkende schuldbemiddelingsorganisatie of een Nederlandse gemeente.
Het besluit tot het afzien van (verdere) invordering geldt niet voordat een schuldregeling overeenkomstig het eerste lid tot stand is gekomen.
Wij zien niet af van (verdere) invordering bij fraudeschulden.
Artikel 20
Gedeeltelijk afzien van (verdere) invordering bij schuldregeling
Onderdeel van Beleidsregels debiteuren Dronten 2021