Voor het innemen van standplaatsen gelden de volgende algemene regels:
Als op de standplaats voedsel wordt bereid of verwerkt, wordt daarbij voldaan aan wettelijke voorschriften op het gebied van voedselveiligheid.
De standplaatsvergunning is alleen geldig voor verkoop van producten die behoren tot de branche waarvoor de vergunning is verleend.
De standplaats mag alleen worden ingenomen gedurende de in deze nadere regel opgenomen tijden (winkeltijden). Na afloop van deze tijd wordt de standplaats schoon en vrij van obstakels achtergelaten.
De standplaatsvergunning wordt getoond op eerste verzoek van een door burgemeester en wethouders aangewezen toezichthouder.
De omgeving rondom de standplaats wordt op geen enkele wijze verontreinigd door ingebruikname van de standplaats. Er moet minimaal één afvalbak aanwezig zijn.
Het is niet toegestaan om een bakkraam te plaatsen in de omgeving van brandgevaarlijke materialen.
De standplaats worden alleen ingenomen op de toegewezen locatie die zijn aangewezen als standplaatslocatie. Een andere locatie mag worden ingenomen, indien deze is aangewezen conform het bepaalde in artikel 11, derde lid. Burgemeester en wethouders zijn niet verplicht een andere standplaats aan te wijzen.
Als om planologische of verkeerstechnische redenen de standplaats niet langer kan worden ingenomen, dan is de standplaatshouder verplicht op eerste aanschrijving van burgemeester en wethouders de standplaats vrij op te leveren.
De standplaatsvergunning is persoonsgebonden. Er kan één andere leidinggevende worden bijgeschreven op de vergunning. De vergunninghouder of leidinggevende is verplicht om persoonlijk aanwezig te zijn op de tijdstippen dat de standplaats wordt ingenomen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.