Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Algemeen

Onderdeel van Reglement Mandaatbesluit Veenendaal 2021

De gemeente Veenendaal kent twee mandaatbesluiten. Een mandaatbesluit ziet op gemandateerde bevoegdheden aan de griffie en het andere mandaatbesluit ziet op gemandateerde bevoegdheden aan de ambtelijke organisatie en externen. Dit Mandaatbesluit handelt over de bevoegdheden die zijn gemandateerd aan de ambtelijke organisatie en externen en is op 8 december 2020 vastgesteld. In het besluit worden zowel bevoegdheden van de burgemeester als van het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) gemandateerd of ge(vol)machtigd. Per team is vermeld welke bevoegdheden van de burgemeester dan wel van het college zijn gemandateerd. Per 1 januari 2021 is de afdelingstructuur komen te vervallen en is het opgavegericht werken geïmplementeerd. Daarnaast is een aantal nieuwe regelingen in werking getreden of gewijzigd. Het college en de burgemeester wensen daarom een nieuw en compleet mandaatbesluit, dat voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de Algemene wet bestuursrecht, nieuwe regelingen en dat is afgestemd op de organisatie van de gemeente Veenendaal. Het voorliggende Mandaatbesluit voorziet in deze wensen. De bevoegdheden zijn gemandateerd aan de algemeen directeur. De algemeen directeur kan vervolgens de bevoegdheden doormandateren – door middel van ondermandaat - aan een of meerdere directeuren, opgavemanagers, managers met een interne opdracht of de teamleider. De teamleider kan ook weer doormandateren - door middel van ondermandaat – aan programmanagers, projectmanagers, projectleiders of medewerkers. Het uitgangspunt is dat het gemeentebestuur politiek verantwoordelijk is voor genomen besluiten. Een mandaatbesluit moet er dan ook zo uitzien dat principiële, politiek zware beslissingen blijven bij het bestuursorgaan waar ze thuishoren. In veel van dit soort gevallen zal de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaat verzetten. Andere beslissingen kunnen worden gemandateerd. Besluiten die in elk geval voor mandatering in aanmerking komen: routinematige besluiten, dat wil zeggen besluiten die regelmatig terugkeren en waarbij geen of nauwelijks sprake is van bestuurlijke gevoeligheid; gebonden beschikkingen, dat wil zeggen besluiten die binnen een vastgesteld beleidskader worden genomen, zoals de criteria van een wet, een plan of beleidsregels. Bij mandaat gaat het om vertrouwen. Het mandaterende bestuursorgaan moet er vanuit kunnen gaan dat een besluit wordt genomen dat het orgaan zelf ook zou hebben genomen. Dat betekent dat de gemandatateerde bij de besluitvorming rekening houdt met de politiek bestuurlijke verhoudingen binnen het bestuur. De gemandateerde zal dan ook terugkoppelen naar het bestuur als er met een zaak iets aan de hand is dat voor het bestuur van betekenis is of kan worden. Een dergelijke houding past bij mandatering omdat het bestuur verantwoordelijk blijft voor de genomen beslissing. Door ondermandatering aan directeuren, teamleiders, opgavemanagers, managers met een interne opdracht, programmanagers, projectmanagers, projectleiders of medewerkers wordt aansluiting gezocht bij hun zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Het bijhouden van een ondermandaatregister kan behulpzaam zijn bij het zicht houden op de vraag wie welke bevoegdheid in mandaat uitoefent. Wanneer de algemeen directeur ondermandaat verleent aan een of meerdere directeuren, teamleiders, opgavemanagers of managers met een interne opdracht dan wel de teamleider ondermandaat verleent aan programmanagers, projectmanagers, projectleiders of medewerkers blijft het hun taak om hen op een juist gebruik van de gemandateerde bevoegdheden aan te spreken. De wijze waarop dit plaatsvindt, wordt geregeld tussen de algemeen directeur, directeuren, teamleiders, opgavemanagers, managers met een interne opdracht, programmanagers, projectmanagers, projectleiders of medewerkers. De kaders waarbinnen van het mandaat en ondermandaat gebruik mag worden gemaakt zijn vastgelegd in het in dit besluit opgenomen Reglement Mandaatbesluit Veenendaal 2021. Mandaat kan juridisch gezien alleen worden verleend voor het nemen van besluiten, niet voor het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een publiekrechtelijke rechtshandeling zijn. Veelal worden echter ook bevoegdheden als het voeren van algemene correspondentie (noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling) of het bestellen van kantoorartikelen (privaatrechtelijke rechtshandeling) aan anderen overgelaten. Voor het voeren van correspondentie, het doen van mededelingen en dergelijke kan aan ambtenaren dus geen mandaat worden verleend. Er is dan juridisch sprake van machtiging. Gaat het om het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, dan wordt volmacht verleend in plaats van mandaat. In de Algemene wet bestuursrecht is vastgelegd dat de bepalingen omtrent mandaat van overeenkomstige toepassing zijn op machtiging en volmacht (art. 10:12). Machtigingen en volmachten zijn ook in bijlage II opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel