Het mandaat of ondermandaat, strekt niet verder dan de uitoefening van die bevoegdheden die tot het takenpakket van de (onder)gemandateerde behoort.
Artikel 4 Algemene regels, uitzonderingen
De (onder)gemandateerde is niet bevoegd tot het nemen van besluiten als vermeld onder bijlage II wanneer zich de volgende situaties voordoen:
de bevoegdheid betreft het vaststellen van verordeningen, andere regelingen of nadere regels;
advies is nodig van een ander(e) team/instelling/commissie en dit advies en het eigen standpunt sluiten niet op elkaar aan dan wel leiden niet tot dezelfde conclusie;
het college of leden daarvan, de directie of de teamleider geeft te kennen het voorstel aan het college van burgemeester en wethouders ter besluitvorming te willen voorleggen;
het besluit impliceert een afwijking van beleidsregels, richtlijnen, voorschriften, en dergelijke;
het besluit leidt tot overschrijding van budgetten of kredieten;
de gemandateerde heeft een persoonlijk belang bij het uitoefenen van de bevoegdheid;
het besluit betreft een weigering, een afwijzing, een intrekking, een terugvordering, het opleggen van een boete of maatregel of een anderszins negatief besluit en in de bijlage II is expliciet opgenomen dat de (onder)gemandateerde tot dat besluit niet bevoegd is;
met betrekking tot het te nemen besluit zijn zienswijzen/bedenkingen ingebracht.
Doet zich één van de onder a t/m h omschreven situaties voor, dan wordt het nemen van het besluit voorgelegd aan het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan.
In afwijking van lid 1 sub d en het gestelde onder lid 4 is een (onder)gemandateerde wel bevoegd een besluit te nemen indien de (onder)gemandateerde een besluit neemt op grond van een hardheidsclausule in een verordening of een nadere regeling en die bevoegdheid daartoe expliciet is opgenomen in bijlage II. Met inachtneming van artikel 5 lid 2 wordt de portefeuillehouder vooraf over het te nemen besluit onverwijld in kennis gesteld.
In afwijking van lid 1 sub e is een (onder)gemandateerde wel bevoegd een besluit te nemen indien de (onder)gemandateerde bevoegdheid is gebaseerd op de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet of de Jeugdwet en het college op basis van een van deze wetten is gehouden dat besluit te nemen. Met inachtneming van artikel 5 lid 2 wordt de portefeuillehouder vooraf over het te nemen besluit onverwijld in kennis gesteld.
De uitoefening van de (onder)gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen van de vastgestelde taken en met inachtneming van het terzake geldende recht alsmede de geldende beleids- en uitvoeringsregels.