Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van bijstand zoals bedoeld in paragraaf 6.5 van de Participatiewet tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het BW:
op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn (ex)echtgenoot, (ex) geregistreerde partner of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt en op het minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt;
op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk (of geregistreerd partnerschap) na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;
op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 1:395a van het BW niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn jong meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend;
aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien;
op de nalatenschap van de persoon indien:
aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden;
bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Gebruik maken van de bevoegdheid tot verhaal
Onderdeel van Beleidsregels verhaal en invordering Participatiewet gemeente Harlingen 2021