De huurprijsgrenzen voor sociale en middeldure huurwoningen zijn:
De hoogte van de aanvangshuurprijs van goedkope sociale huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 4, onder het bedrag bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag te blijven.
De hoogte van de aanvangshuurprijs van betaalbare sociale huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 4, onder het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag te blijven.
de aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt tenminste het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
de maximale aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt ten hoogste € 1.000,00 (prijspeil 2020).
De hoogte van de aanvangshuurprijs van middeldure huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 4, lid b en met toepassing van lid d en e van artikel 3, te blijven vallen binnen de bandbreedte genoemd in het lid a, sub III en IV.
De in het lid a, onder I en II bedoelde maximale huurprijs voor goedkope en betaalbare sociale huurwoningen wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede lid van het Besluit huurprijzen woonruimte.
De in lid a, sub III bedoelde minimale huurprijs voor middeldure huurwoningen wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede lid van het Besluit huurprijzen woonruimte plus maximaal 2 procent.
De in lid a, onder IV bedoelde maximale huurprijs voor middeldure huurwoningen wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek.