Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2.6.

Voorliggende wetgeving en voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2021 gemeente Harlingen

Wetten zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz) en de Jeugdwet kunnen voorliggend zijn op ondersteuning vanuit de Wmo 2015. Dit kan reden zijn om een aanvraag voor een maatwerkvoorziening af te wijzen. De afbakening tussen deze verschillende wetten vloeit voort uit landelijke wet- en regelgeving. Hieronder wordt beschreven welke wetgeving en voorzieningen voorliggend kunnen zijn op de Wmo 2015. Wet langdurige zorg (Wlz) Op grond van art. 2.3.5 lid 6 Wmo 2015 kunnen aanvragen voor een Wmo-maatwerkvoorziening afgewezen worden indien de aanvrager aanspraak heeft op een Wlz-voorziening. Het kan ook voorkomen dat iemand weigert mee te werken aan het verkrijgen van een Wlz-indicatie. Mocht dit het geval zijn, terwijl het vermoeden bestaat dat de cliënt wel degelijk aanspraak heeft op de Wlz en dit ook in het belang van de cliënt zou zijn, dan kan een Wmo-maatwerkvoorziening worden geweigerd. Wanneer de cliënt wel een aanvraag doet op Wlz-ondersteuning, is het de verantwoordelijkheid van het college om passende ondersteuning te bieden tot het moment waarop de Wlz-indicatie wordt verzilverd. Er is ruimte voor maatwerk, al beschouwt de wetgever de Wlz wel als voorliggend op de Wmo 2015. Het recht op zorg vanuit de Wlz wordt vastgesteld door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Iemand heeft recht op zorg vanuit de Wlz wanneer die persoon vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan: permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel, of; 24 uur-zorg in de nabijheid, omdat de cliënt zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en om ernstig nadeel te voorkomen. Het kan hier gaan om cliënten die door fysieke problemen of zware regieproblemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg of taken nodig hebben. Wat wordt verstaan onder permanent toezicht en ernstig nadeel? Permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen (art. 3.2.1 lid 2 sub b Wlz). Ernstig nadeel: een situatie waarin de verzekerde (art. 3.2.1 lid 2 sub c Wlz): 1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten; 2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen; 3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen; 4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt. Er zijn situaties waarin iemand met een Wlz indicatie ondersteuning vanuit de Wmo 2015 ontvangt. Het kan hierbij gaan om inwoners die thuis gebruik maken van Wlz-zorg (pgb, modulair of volledig pakket thuis) of zorg ontvangen in een instelling (intramuraal). In de bijlage is te zien wanneer hier sprake van is. Zorgverzekeringswet (Zvw) De vraag of ondersteuning vanuit de Zvw of Wmo 2015 moet worden geboden, speelt vooral bij de persoonlijke verzorging. Persoonlijke verzorging wordt vanuit de Wmo 2015 geboden wanneer het gaat om begeleiding bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), zoals: in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact. Het gaat hierbij dan ook om begeleiding bij deze taken in plaats van het daadwerkelijk overnemen van deze taken. Het gaat om cliënten die zichzelf wel kunnen wassen en aankleden, maar daartoe aangespoord moeten worden door de begeleider, omdat ze een regieprobleem hebben. Bij dit criterium komt het aansporen tot een handeling nadrukkelijk aan bod. Het gaat vaak om cliënten met een zintuigelijke of verstandelijke handicap of een psychiatrische aandoening. Een cliënt kan voor persoonlijke verzorging een beroep doen op de Zvw wanneer er behoefte is aan geneeskundige zorg of er sprake is van een hoog risico op die behoefte. Geneeskundige zorg omvat onder andere zorg die wordt geboden door huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen, verloskundigen, zintuiglijk gehandicaptenzorg, zorg bij stoppen-met-rokenprogramma, geriatrische revalidatie en paramedische zorg. Kortom, in het onderzoek moet altijd gekeken worden of er een behoefte is aan geneeskundige zorg of het risico op die zorg hoog is. Jeugdwet Ondersteuning aan ouders kan zowel vanuit de Wmo 2015 als de Jeugdwet worden geboden. De centrale vraag hierbij is of het gaat om opvoedingsondersteuning of begeleiding bij het aanbrengen van structuur bij de ouder zelf. De opvoedingsondersteuning voor alle ouders, ook die van kinderen met een beperking, valt onder de Jeugdwet. Naast deze ondersteuning maakt de Jeugdwet ook medisch kinderdagverblijf, specialistische hulp thuis en tijdelijke opname mogelijk. Om de zelfredzaamheid van ouders te bevorderen kan in sommige gevallen Wmo-ondersteuning worden ingezet, naast de opvoedingsondersteuning vanuit de Jeugdwet. Kinderopvang Dit is een verantwoordelijkheid van ouders, de werkgever en de Rijksoverheid (Kinderopvangtoeslag). De kinderopvang is ook voor kinderen met een beperking voorliggend. Leidsters van een kinderopvang aanleren hoe om te gaan met een kind met beperkingen wordt gezien als gebruikelijke hulp van de ouder. Het is dus in principe aan de ouder om leidsters te informeren en eventueel te instrueren over hoe (niet) te handelen. Alleen in uitzonderlijke situaties is ondersteuning vanuit de Wmo 2015 mogelijk. Hier is sprake van wanneer extra begeleiding nodig is, die niet verwacht kan worden van leidsters en ouders. Arbeidsvoorzieningen In sommige gevallen is begeleiding bij arbeidsmatige activiteiten of aangepast werk mogelijk in het kader van de Ziektewet, WIA, Wajong of Wsw. Het uitgangspunt is dat pas wanneer dit niet kan, het mogelijk is om dagbesteding vanuit de Wmo 2015 aan te bieden. Wet publieke gezondheid (Wpg) Gemeenten hebben op grond van deze wet taken die veel raakvlakken hebben met de Wmo 2015. Hierbij gaat het om de jeugdgezondheidszorg, preventieve ouderengezondheidszorg, gezondheidsbevordering, epidemiologie en monitoring/advisering ten behoeve van gezondheidsrisico’s. Ook de relatie tussen gezondheid en soci-ale veiligheid krijgt in het kader van deze wet aandacht van gemeenten, zoals zorgvermijding. De GGD speelt in deze zaken altijd een (sleutel)rol.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel