**1..** De belasting die wordt geheven naar de maatstaven van heffing zoals omschreven in artikel 5, eerste en tweede lid is verschuldigd bij het begin van het kalenderjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht bij de belasting die wordt geheven naar de maatstaven van heffing zoals omschreven in artikel 5, eerste en tweede lid in de loop van het kalenderjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er dat kalenderjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht bij de belasting die wordt geheven naar de maatstaven van heffing zoals omschreven in artikel 5, eerste en tweede lid in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat kalenderjaar verschuldigde belasting als in dat kalenderjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
**5..** Indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, binnen de gemeente verhuist maar buiten het gebied ‘de 9 straatjes’ dan valt hij voor het aantal resterende maanden van het jaar onder de regels van Hoofdstuk 3 van deze verordening.
**6..** Indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, gedurende het kalenderjaar zich vestigt binnen het gebied ‘de 9 straatjes’ dan valt hij voor het aantal resterende maanden van het jaar onder de regels van Hoofdstuk 2 van deze verordening.
Hoofdstuk 2
Artikel 9.