Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Kredietrisicobeheer

Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Utrecht

1.. Het uitzetten van gelden en het aangaan van verbintenissen met betrekking tot financiële derivaten geschiedt slechts bij financiële ondernemingen die: •       gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door tenminste twee internationaal erkende ratingbureaus; •       beschikken over een AA-minusrating afgegeven door tenminste twee internationaal erkende ratingbureaus wanneer het gaat om overeenkomsten met een looptijd van minder dan drie maanden; •       beschikken over een AAA-rating afgegeven door tenminste twee internationaal erkende ratingbureaus, wanneer het gaat om overeenkomsten met een looptijd van drie maanden en langer. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio geldt van 0 procent. 3.. Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak wordt de geldende wet- en regelgeving waaronder die inzake staatssteun in acht genomen. Dit houdt tenminste in dat: •       een besluit ter zake niet wordt genomen dan nadat de gemeenteraad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van burgemeester en wethouders (Gemeentewet, Artikel 160); •          de richtlijnen van de Europese Commissie worden gevolgd met betrekking tot het berekenen van de toe te passen marktrente. 4.. Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak wordt grote terughoudendheid en zorgvuldigheid betracht en worden de daaraan verbonden risico's zoveel mogelijk  beperkt door het vestigen van zakelijke zekerheden, tenzij dit wegens dringende redenen niet mogelijk blijkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel