Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden met een vaartuig buiten de havens langer dan 3 achtereenvolgende dagen op dezelfde locatie een ligplaats in te nemen of, als het vaartuig is verplaatst, binnen 3 dagen weer dezelfde ligplaats in te nemen. Onder een dag wordt verstaan de tijd tussen 00:00 uur en 24:00 uur. 2.. Ten aanzien van het genoemde in het eerste lid geldt dat als het vaartuig wordt verplaatst naar een plaats gelegen binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten van een eerder ingenomen verboden ligplaats, het vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen. 3.. Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet: voor bedrijfsvaartuigen die direct of indirect betrokken zijn bij ontgronding of bij de inrichting van de wateren; op de bestemde werkstroken ten behoeve van de scheepsbouw. 4.. Het is verboden met een vaartuig buiten de havens: aan de oever een (tijdelijke) ligplaats in te nemen; met een vaartuig een (tijdelijke) ligplaats in te nemen in de voor de oever gelegen rietkraag; in de rietkraag of oever te ankeren; een vaartuig te water te laten, uit het water te halen, op gronden neer te leggen of te laten leggen aan de oever anders dan op de daarvoor door het college aangewezen of bestemde plaatsen die ter plaatse nader zijn aangeduid.

Rechtspraak bij dit artikel