Een zekere mate van concentratie van horeca is gewenst, vanwege herkenbaarheid, sfeer en uitstraling, maar ook vanwege geconcentreerd toezicht. Deze concentratie van horeca vergroot echter wel het risico op geluidsoverlast (muziek, bezoekers).
De horeca is zelf verantwoordelijk voor het voorkomen van geluidsoverlast en stankoverlast. Inwoners kunnen de gemeente bellen als zij klachten ervaren. Bij overlast treden politie en gemeentelijke toezichthouders op.
In de APV is geregeld dat geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen (Activiteitenbesluit milieubeheer) niet gelden (in een bepaald gebied) voor de door het college van B&W per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten (zoals bijvoorbeeld kermis en carnaval). Oftewel: er mag op die dagen meer geluid worden geproduceerd dan normaal. Het gaat om activiteiten die binnen inrichtingen (zoals cafés en bars) plaatsvinden. Deze collectieve festiviteiten stelt het college van B&W jaarlijks vast.
Daarnaast mogen binnen in een inrichting (dus per individuele horecaonderneming) maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar worden georganiseerd, waarbij de geluidsnormen niet van toepassing zijn. Dit betekent echter niet dat de geluidsnormen zodanig mogen worden overschreden dat hierdoor naar buiten toe overlast voor de omgeving veroorzaakt wordt. De ondernemer moet het houden van een dergelijke incidentele festiviteit tenminste twee weken voorafgaande aan de festiviteit melden aan het college van B&W.
Bij de collectieve en incidentele festiviteiten is meer geluid toegestaan van donderdag op vrijdag, van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag tot uiterlijk 02.00 uur en op de overige dagen van de week tot uiterlijk 01.00 uur.
Hoofdstuk 10.
Artikel 10.4