Voor het gebruik van de openbare ruimte gelden de volgende toetsingscriteria:
De activiteit mag geen gevaar opleveren voor de veiligheid;
De activiteit mag het onderhoud van de weg of het beheer van de weg niet belemmeren;
Met de activiteit mag er geen overlast veroorzaakt worden;
De activiteit mag de kwaliteit van de openbare ruimte niet verminderen ( bv erg opzichtig of “lelijk”).
Hoofdstuk 11.
Artikel 11.3