De etalagezone is ontwikkeld om een goede bereikbaarheid van de winkel te waarborgen en het contact met de etalages te optimaliseren. Primair heeft de winkelier in de etalage de mogelijkheid zich te presenteren aan het publiek. Uitstallingen kunnen het straatbeeld tijdens winkelopeningstijden verlevendigen. Het uitgangspunt is een zo maximaal mogelijke zichtbaarheid voor de etalages. De bepalingen hebben tot doel het kwalitatieve beeld van het centrumgebied te garanderen en de fysieke bereikbaarheid van de etalages en winkels te waarborgen.
De etalagezone is middels een aanduiding in de bestrating of middels ruimtelijke objecten in de straat, zoals verlichting en straatmeubilair, herkenbaar. Per straat of plein varieert de diepte van deze zone, afhankelijk van de situatie en/of het straatprofiel. Uitstallingen kunnen worden geplaatst tot een meter uit de gevel.
Voor het plaatsen van een uitstalling geldt een meldingsplicht.
Onder uitstalling wordt verstaan de opstelling, direct voor een bedrijf, van:
producten, die binnen worden verkocht en/of geleverd, en/of
reclame-uitingen ten behoeve van het betreffende bedrijf en/of
roerende zaken, die dienen ter aankleding van het bedrijfspand én de openbare ruimte.
Een uitstalling is alleen mogelijk wanneer voldaan wordt aan de volgende algemene regels:
de uitstalling is vooraf aan het college van B&W gemeld;
de uitstalling wordt geplaatst direct aansluitend aan de gevel tot maximaal 1.00 meter uit de gevel of binnen portieken e.d. (binnen de gevellijn van het betreffende pand);
de uitstalling bestaat uit direct verplaatsbare objecten;
de uitstalling is alleen aanwezig tijdens de tijden dat de winkel open is;
de uitstalling is van een deugdelijke constructie en levert geen gevaar of hinder/overlast op voor de weggebruikers;
de uitstalling vormt geen hinder/overlast voor de gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken;
de uitstalling kan geen schade toebrengen aan de weg, geen belemmering vormen voor het doelmatige en veilige gebruik van de weg en geen belemmering vormen voor het doelmatige beheer en onderhoud van de weg;
kabels en dergelijke dienen op zodanige wijze te zijn weggewerkt of afgewerkt dat deze geen gevaar of hinder/overlast opleveren voor het verkeer.
Hoofdstuk 12.
Artikel 12.4