Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening rioolheffing 2021

1 De rioolheffing wordt geheven naar een vast bedrag per perceel, indien deze in hoofdzaak een woning betreft. 2 De rioolheffing wordt geheven naar de waarde van het economische verkeer van het perceel, indien deze in hoofdzaak niet-woning betreft. 3 Ingeval het perceel een niet-woning is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 8 bedoelde kalenderjaar geldt. 4 Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 7 Belastingtarieven 1 Woningen De belasting bedraagt per jaar, per perceel als bedoeld artikel 6 lid 1, zijnde in hoofdzaak een woning, indien deze: a wordt gebruikt door één persoon € 176,52 b wordt gebruikt door twee of meer personen € 241,68 2 Niet-woningen De belasting bedraagt per jaar, per perceel als bedoeld artikel 6 lid 2, zijnde niet in hoofdzaak een woning; 0,0921% van de WOZ-waarde. Daarbij geldt een minimum belastingbedrag van € 176,52 en een maximum belastingbedrag van € 4.515.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel