Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2021

De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de (voor)laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd water of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid, letter b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van het waterverbruik van vergelijkbare huishoudens. Artikel 6Belastingtarieven Het tarief voor bedraagt bij een hoeveelheid water: a. van 0 m³ tot en met 350 m³: € 165,87 b. van 351 m³ tot en met 900 m³: € 330,83 c. van 901 m³ tot en met 10.000 m³: € 330,83 Vermeerdering voor elke 100 m³ of een gedeelte daarvan boven de hoeveelheid van 900 m³ € 100,45 d. van 10.001 m³ tot en met 20.000 m³ € 9.491,18 Vermeerdering voor elke 100 m³ of een gedeelte daarvan boven de hoeveelheid van 10.000 m³ € 83,99 e. van 20.001 m³ of meer € 18.077,16 Vermeerdering voor elke 100 m³ of een gedeelte daarvan boven de hoeveelheid van 20.000 m³ tot een maximum van € 50.000,00 € 65,87 Artikel 7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel