In het woonruimteverdeelsysteem krijgt een urgent woningzoekende bij het toewijzen van een huurwoning voorrang boven andere woningzoekenden. Om te kunnen bepalen of een woningzoekende urgent is, wordt de volgende procedure gevolgd:
Een woningzoekende die van mening is dat hij of zij voor een urgentieverklaring in aanmerking komt, doet hiervoor een verzoek bij de gemeente;
De gemeente informeert de woningzoekende over de aanvraagprocedure en de kosten. Op basis van deze informatie maakt de woningzoekende de keuze of hij of zij wel of geen verzoek wil indienen. Wanneer de woningzoekende voor urgentie in aanmerking wil komen, wordt een aanvraagformulier (zie bijlage 1) toegestuurd of verstrekt;
[Het aanvraagformulier is niet meer in bijlage 1 te vinden, maar kan opgevraagd worden bij de gemeente Hoeksche Waard.]
De woningzoekende levert het volledig ingevulde aanvraagformulier in bij de gemeente. Daarnaast levert de woningzoekende de bijbehorende bewijsstukken aan. In geval van een aanvraag voor een sociale of medische urgentie brengt de gemeente de leges- en keuringskosten direct bij de woningzoekende in rekening;
De gemeente controleert of de aanvraag compleet is. De aanvraag wordt geregistreerd en de woningzoekende ontvangt een ontvangstbevestiging. De gemeente kan de aanvraag voor advies voorleggen aan een onafhankelijk adviesorgaan. Het adviesorgaan nodigt de woningzoekende in principe binnen 2 weken uit voor een persoonlijk gesprek. De in het aanvraagformulier gevraagde bewijstukken, moet de woningzoekende overleggen. Het onafhankelijk adviesorgaan controleert de bewijsstukken. Binnen 4 weken na het indienen van de adviesaanvraag bij het onafhankelijk adviesorgaan brengt het onafhankelijk adviesorgaanadvies uit aan de gemeente.
De gemeente betrekt het advies van het onafhankelijk adviesorgaan bij het nemen van een besluit op de aanvraag:
Bij een negatief besluit wordt de woningzoekende schriftelijk geïnformeerd met een kopie van het advies en wordt de urgentieverklaring niet afgegeven.
Bij een positief besluit wordt de woningzoekende schriftelijk geïnformeerd. Daarin wordt de werking van de urgentieverklaring vermeld. De verzenddatum van de besluitbrief is ook de ingangsdatum van de urgentieperiode. In de brief geeft de gemeente een uitleg over het zoekgebied, het verlengen van de urgentieverklaring en de voorwaarden waaronder de urgentieverklaring wordt afgegeven.
De gemeente informeert de woningcorporatie over het verlenen van de urgentieverklaring. De woningcorporatie registreert de woningzoekende als urgent woningzoekende. Vanaf dat moment wordt de urgent woningzoekende met voorrang behandeld.
Met een toegekende urgentieverklaring moet de urgent woningzoekende zelf initiatief nemen op de woningmarkt.
De woningcorporatie behandelt de reacties van de urgent woningzoekende op het passende woningaanbod gedurende 12 weken met voorrang. Daarbij wordt er naar gestreefd dat de urgent woningzoekende binnen 12 weken passende woonruimte vindt. Als dit niet lukt, dan kan de gemeente de urgentietermijn in bijzondere gevallen met 12 weken verlengen.
De urgent woningzoekende vraagt het verlengen van de urgentieverklaring 1 week voor het verstrijken van de urgentietermijn schriftelijk aan bij de gemeente.
De urgentietermijn wordt niet verlengd wanneer de urgent woningzoekende gedurende 12 weken niet actief op al het passende woningaanbod heeft gereageerd.
Bij reacties van meerdere urgent woningzoekenden op 1 woning, geldt hetgeen is vastgelegd in artikel 8 van de Huisvestingsverordening.
Wanneer de urgent woningzoekende een passend aanbod voor een woning heeft geweigerd, vervalt de urgentieverklaring.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3.