Naar hoofdinhoud
Het intrekken van de afgegeven urgentieverklaring vindt plaats als de urgent woningzoekende: Niet langer als woningzoekende als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Huisvestingsverordening is aan te merken; Bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij of zij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren; Eenmaal een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd; Bij overlijden of verhuizing van de urgent woningzoekende; Wanneer de urgent woningzoekende zelf aangeeft geen behoefte meer te hebben aan de urgentieverklaring.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel