Naar hoofdinhoud
1. Het marktgeld van artikel 2, lid 1 bedraagt: a. voor een dagplaats (of gedeelte daarvan): € 15,00 b. voor een vaste marktplaats per jaar: € 560,00 2. Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats als bedoeld in artikel 2, lid 2 bedraagt: a. voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar: € 360,00 b. voor een standplaats voor één dag in de week voor een periode korter dan een jaar, maar langer of gelijk aan een maand, per maand: € 35,00 c. voor een standplaats korter dan een maand, per dag: € 12,00 3. Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats als bedoeld in artikel 2, lid 3 bedraagt: a. voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar: € 560,00 b. voor een standplaats voor één dag in de week voor een periode korter dan een jaar, maar langer of gelijk aan een maand, per maand: € 50,00 c. voor een standplaats korter dan een maand, per dag: € 15,00 4. Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats als bedoeld in artikel 2, lid 4 bedraagt: a. voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar: € 155,00 b. voor een standplaats voor één dag in de week voor een periode korter dan een jaar, maar langer of gelijk aan een maand, per maand: € 10,00 c. voor een standplaats korter dan een maand, per dag: € 6,00 5. Het recht voor het gebruik van een (seizoen)standplaats voor de verkoop van ijs bedraagt per maand: € 75,00 6. Voor een standplaats op meer dan één dag in de week worden de in lid 2, 3 en 4 genoemde standplaatsgelden vermenigvuldigd met het aantal dagen waarvoor per week een standplaats is toegewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel