De tegemoetkoming heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en generieke maatregelen van het Rijk die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor het verlagen van het exploitatietekort.
Voor tegemoetkoming komen de volgende kosten in aanmerking
door de aanvrager gemaakte kosten die zijn gemaakt voor 1 maart 2020 voor activiteiten die door deze maatregelen niet kunnen worden uitgevoerd en voor zover deze redelijkerwijs voor 2021 niet meer konden worden teruggebracht;
exploitatiekosten van de aanvrager die door inkomstenderving als gevolg van de COVID-19 maatregelen een exploitatietekort veroorzaken;
extra kosten die moeten worden gemaakt als gevolg van de COVID-19 maatregelen, voor zover deze niet vallen onder een andere regeling.
Niet voor tegemoetkoming in aanmerking komen:
exploitatietekort dat is ontstaan vóór inwerkingtreding van de COVID-19 maatregelen;
exploitatietekort dat niet is ontstaan door de COVID-19 maatregelen;
de kosten die eerder door het college op basis van deze regeling of anderszins zijn tegemoet gekomen of gesubsidieerd.
Een exploitatietekort onder de € 500 dat ontstaan is door de COVID-19 maatregelen.
Hoofdstuk 1:
Artikel 1.6: