Naar hoofdinhoud
1.. Ter zake van betaald parkeren geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur door het inwerpen van de volgende muntstukken € 0,10 - € 0,20 - € 0,50 - € 1 en € 2 of met gebruik van telefoon of ander communicatiemiddel (belparkeren). 2.. Er dienen ten minste zoveel muntstukken in de parkeerapparatuur te worden geworpen als nodig zijn om gedurende de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren. 3.. De maximale toegestane parkeerduur op de parkeerapparatuur vermeld staat. 4.. Indien bij betaald parkeren op straat gebruik wordt gemaakt van de parkeerapparatuur, welke na het inwerpen van muntstukken een parkeerkaartje afgeeft, dient dit parkeerkaartje met tijdsaanduiding aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het voertuig te worden aangebracht.

Rechtspraak bij dit artikel