Naar hoofdinhoud
De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van: het aantal uren kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd, mits niet hoger dan dat naar het oordeel van het college op basis van de sociaal medische indicatie noodzakelijk is. Het aantal uren waarvoor tegemoetkoming kan worden aangevraagd is maximaal 230 uur per kind per maand. de werkelijke uurprijs van de kinderopvang tot een maximum van de maximale uurprijs welke door de Belastingdienst-Toeslagen wordt gehanteerd voor de berekening van de kinderopvangtoeslag van het desbetreffende kalenderjaar; de op de aanvraagdatum geldende Kinderopvangtoeslagtabel van de Belastingdienst, behorend bij artikel 6 van het Besluit Kinderopvangtoeslag. De ouder blijft een eigen bijdrage betalen in de kosten van de kinderopvang. Deze is afhankelijk van het toetsingsinkomen. eventuele vergoedingen voor de kosten van kinderopvang, waaronder de kinderopvangtoeslag. Is het inkomen op het moment van de aanvraag lager dan 150% van de van toepassing zijnde inkomensnorm dan bedraagt de tegemoetkoming 100% van de noodzakelijk gemaakte kosten van kinderopvang waarbij de bepalingen zoals gesteld in het eerste lid onderdeel a., b. en d. van overeenkomstige toepassing zijn. De inkomensnormen zijn als bijlage in deze beleidsregels opgenomen en worden elk jaar, per 1 januari en 1 juli aan de hand van de wijzigingen van de bijstandsnormbedragen geïndexeerd. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de zgn. kostendelersnorm. Bij een verlengingsaanvraag zoals bedoeld in artikel 5, 6e lid is voor de vaststelling van de tegemoetkoming het bepaalde onder het eerste en tweede lid van toepassing. Ten aanzien van het inkomen en de toepassing van de Kinderopvangtoeslagtabel is het inkomen en de Kinderopvangtoeslagtabel van de eerdere aanvraag van toepassing, onder voorwaarde dat die aanvraag niet langer dan 12 maanden geleden is gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel