Naar hoofdinhoud
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en wordt aangehaald als de regeling “Beleidsregels toelating schuldhulpverlening 2021 gemeente Harlingen”. Toelichting op de Beleidsregels toelating tot de schuldhulpverlening 2021 Algemeen De visie op het terrein van schuldhulpverlening is in oktober jl. opnieuw vastgelegd in de Dienstregeling Schuldhulpverlening 2018 – 2022. Deze beleidsregels zijn gebaseerd op deze Dienstregeling en diens voorloper de Kadernota Schuldhulpverlening. De Wgs valt onder de werking van de Awb. Het is daarom van belang om regels over de toelating tot de schuldhulpverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp in beleidsregels vast te stellen zodat het voor de burger helder is wat de spelregels zijn. Bij de toelating tot schuldhulpverlening worden de criteria gehanteerd die in deze beleidsregels zijn opgenomen. Naast algemene criteria kan voor specifieke groepen of situaties een op maat gesneden aanpak nodig zijn. Denk hierbij aan jongeren, mensen met zware psychosociale problemen en dreigende situatie volgens artikel 4, tweede lid van de Wgs, zoals huisuitzetting, en afsluiting van gas, water en elektriciteit. De hulpvraag als bedoeld in artikel 4 van de Wgs vindt plaats binnen vier weken na het eerste contact. Bij crisissituaties (bijvoorbeeld dreigende uithuiszetting) wordt de hulpvraag binnen drie werkdagen na het eerste contact vastgesteld. Bij de aanpak werken de gebiedsteams van gemeente Harlingen nauw samen met ketenpartners. De schuldenaar is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om de aanpak te laten slagen. Het gebruik van de schuldhulpverlening is een tijdelijke voorziening. De inspanningen zijn er op gericht om mensen financieel zelfstandig te maken. De schuldhulpverlening is in principe gelimiteerd tot eens in de drie jaar. De criteria in de beleidsregels geven invulling aan de juridische voorwaarden voor de toepassing van de Awb. Daarmee is de rechtszekerheid voor de burger gewaarborgd. Deze heeft immers de mogelijkheid om bezwaar en beroep aan te tekenen. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begripsbepalingen In dit artikel zijn een aantal begrippen nader omschreven. Begrippen die al zijn omschreven in de Wgs, de Participatiewet, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2014 en de Awb worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze beleidsregels. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze beleidsregels. Artikel 2. Doelgroep schuldhulpverlening Schuldhulpverlening staat in beginsel open voor alle inwoners van de gemeente Harlingen van 18 jaar en ouder die duurzaam in Nederland verblijven. Net zoals in de Participatiewet worden hiermee gelijkgesteld de hier te lande verblijvende vreemdelingen. Artikel 5 van de Wgs stelt dat vreemdelingen die ingezetenen zijn in aanmerking kunnen komen voor schuldhulpverlening als ze rechtmatig in Nederland verblijf houden. Dit in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de vreemdelingenwet 2000. Het is echter niet de bedoeling om mensen te helpen die hier kortstondig zijn, bijvoorbeeld om te werken, te helpen. Het gaat er om dat er hier een persoonlijke band van duurzame aard bestaat. Voor EU-onderdanen (Unieburgers) geldt dat er in principe een permanent verblijfsrecht is als deze langer dan vijf jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Zij kunnen dan gebruik maken van de Sociale zekerheid zoals bijstand. Het is logisch om dat ook voor de schuldhulpverlening te laten gelden. Schuldhulpverlening voor gehuwden, samenwonenden en geregistreerde partners kan alleen voor beide partners worden aangegaan. Er moet sprake zijn van een door beiden ondertekende aanvraag. Financiële en eventueel onderliggende problemen binnen een gezamenlijke huishouding kunnen namelijk alleen worden aangepakt als beide partners meewerken en zich willen inzetten. Ex-zelfstandigen Een uitzondering op de brede toegankelijkheid wordt gevormd door zelfstandig ondernemers. Zij kunnen geen beroep doen op gemeentelijke schuldhulpverlening. Als het voortbestaan van een onderneming in gevaar is vanwege te hoog oplopende schulden, zal de zelfstandig ondernemer veelal bij een bank aankloppen om extra krediet. Als het niet mogelijk is het benodigde extra krediet bij een bank te verkrijgen, kan een zelfstandig ondernemer een beroep doen op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Als de onderneming voldoende levensvatbaar is, kan besloten worden tot het verstrekken van (extra) Bbz bedrijfskapitaal, waarmee de schulden worden geherfinancierd. Schuldhulpverlening vanwege problematische schulden is dan niet meer aan de orde. Ex-zelfstandigen moeten hun boekhouding op orde hebben en alle aangiften inkomstenbelasting bij de belastingdienst gedaan hebben om te kunnen worden toegelaten tot een schuldregeling of WSNP traject. Ex-zelfstandigen worden bij een verzoek om schuldhulpverlening hierop gewezen en zo nodig verwezen naar een boekhouder of hulpverlenende instantie. Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening In het eerste lid is aangegeven dat het college schuldhulpverlening verleent indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid. Anderzijds wordt recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt dat schuldhulpverlening selectief en gericht ingezet dient te worden. Daar waar sprake is van een schuldenpakket dat zich niet laat regelen in combinatie met een onregelbare verzoeker, kan een aanvraag worden geweigerd. Dit artikel toont de kern van schuldhulpverlening nieuwe stijl: een gerichte en selectieve toepassing van schuldhulpverlening. Het gaat om maatwerk. De inzet van producten kan per situatie verschillen. In dit artikel worden een aantal factoren genoemd die bepalen in welke mate één of meerdere producten schuldhulpverlening worden aangeboden. Artikel 4. Verplichtingen Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van inwoners zelf om tijdig de benodigde informatie te geven en medewerking te verlenen. Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject. Genoemd worden een aantal verplichtingen, dit is geen limitatieve opsomming. In het derde lid zijn bepalingen opgenomen die er op gericht zijn dat de schuldenaar, en indien van toepassing zijn/haar gezin, een zo groot mogelijke financiële ruimte dient te verkrijgen. Dit past binnen de uitgangspunten van een gemotiveerde verzoeker die zoveel mogelijk probeert zelfredzaam te zijn. Artikel 5.Weigerings- en beëindigingsgronden en hersteltermijn Dit artikel heeft een duidelijk verband met de bepalingen in artikel 3 en 4 van deze beleidsregels waarbij het gaat om eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en motivatie van de belanghebbende. Beschreven is in dit artikel wanneer schuldhulpverlening kan worden geweigerd of beëindigd, dit is geen limitatieve opsomming. het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het college de ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien. Altijd zal een beoordeling moeten plaatsvinden naar de feiten en of omstandigheden in de individuele situatie. De beoordeling van de persoonlijke omstandigheden vereist maatwerk. Fraudevorderingen Een persoon die fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft gehad en daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd, kan worden uitgesloten van schuldhulp. De bevoegdheid om hulp te weigeren aan diegenen met fraudeschulden, wordt als mogelijkheid geboden door artikel 3 Wgs. Het gaat om openstaande fraudevorderingen bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening. Bij het bepalen van deze termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee. Ligt de ontdekkingsdatum van de fraude vóór vijf jaar terug, dan zijn er geen redenen om het verzoek tot schuldhulpverlening te weigeren, mits er geen andere redenen tot weigering aanwezig zijn. Er is nadrukkelijk voor de vijf-jaar termijn gekozen om aan te sluiten bij de termijn zoals die geldt bij de toegang tot de WSNP (het wettelijk traject). Indien de ontdekkingsdatum niet vast te stellen is, wordt de datum van de veroordeling of het opleggen van de sanctie gehanteerd. Hersteltermijn Als de verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Maar voor dat te doen wordt de verzoeker éénmalig een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn conform de Awb. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid wordt een eenmalige hersteltermijn voldoende geacht. Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt de hersteltermijn niet. Artikel 6. Hernieuwde aanvraag en weigering Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4 en/of er eerder sprake is geweest van een weigerings- of beëindigingsgrond zoals bedoeld in artikel 5 heeft het college de bevoegdheid om de verzoeker niet toe te laten tot schuldhulpverlening. Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Dit artikel gaat evenwel niet alleen over eigen verantwoordelijkheid. Dit artikel gaat ook over prioriteitstelling: keuzes tot al dan niet toelaten tot de schuldhulpverlening die mee wordt gemaakt tegen de organisatorische achtergrond van beschikbare formatie en tijd. Bij het gebruik van dit artikel dient in ogenschouw te worden genomen dat het product Informatie, advies en doorverwijzing wel aan verzoeker kan worden geboden. Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening telt de verleende schuldhulpverlening c.q. de contacten daaromtrent vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels ook mee. Deze beleidsvrijheid zoals die aan het college is gegeven, ontslaat het college niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige situatie ontstaat voor de verzoeker, af te wijken van het bepaalde van dit artikel en indien nodig de hardheidsclausule (ingevolge artikel 7.) toe te passen. Uitgangspunt is en blijft evenwel het bepaalde in artikel 6. Artikel 7. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) c.q. onvoorziene (lid 2) gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid. Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels toelating tot de schuldhulpverlening gemeente Harlingen 2021.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel