Naar hoofdinhoud
Aan het dagelijks bestuur van de BsGW wordt overgedragen de bevoegdheid tot: a. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als heffingsambtenaar, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder a van de Gemeentewet bevoegd tot het heffen van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als invorderingsambtenaar, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder b van de Gemeentewet bevoegd tot het invorderen van belastingen; de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW of een gerechtsdeurwaarder als belastingdeurwaarder, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder d van de Gemeentewet; de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als ambtenaar van de BsGW als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder c van de Gemeentewet bevoegd tot het heffen en invorderen van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; het beslissen op administratieve beroepen tegen afgewezen verzoeken om kwijtschelding; het vaststellen van uitvoeringsregels samenhangend met het combibiljet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel