Het college maakt gebruik van:
de bevoegdheid tot alle vormen van invordering op grond van het bepaalde in paragraaf 6.4. van de Participatiewet;
de bevoegdheid tot invordering op grond van het bepaalde in paragraaf 5. van Hoofdstuk 2 van de IOAW;
de bevoegdheid tot invordering op grond van het bepaalde in paragraaf 5. van Hoofdstuk 2 van de IOAZ.
De bevoegdheden zoals beschreven in het eerste lid gelden voor het college als algemene verplichtingen, behoudens de in deze beleidsregels beschreven uitzonderingen en behoudens de situatie waarin het bepaalde in het eerste lid in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Gebruik maken van diverse bevoegdheden
Onderdeel van Beleidsregels invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Harlingen 2021