Indien de belanghebbende de vordering niet binnen de in artikel 5 vermelde termijn kan betalen dient hij/ zij binnen twee weken na verzending van het invorderingsbesluit het college om een betalingsregeling vragen.
Uitgangspunt bij een betalingsregeling is dat de vordering binnen drie jaar afgelost moet zijn. De minimale betalingsverplichting hierbij is € 50,00 per maand.
Als belanghebbende niet aan het uitgangspunt zoals genoemd in het tweede lid kan voldoen ontvangt de belanghebbende van het college een inlichtingenformulier.
Dit inlichtingenformulier dient volledig ingevuld en voorzien van de gevraagde bewijsstukken, binnen twee weken na verzending van het inlichtingenformulier te worden teruggezonden.
Op basis van de door belanghebbende verstrekte inlichtingen stelt het college een maandelijks aflossingsbedrag vast.
Bij de vaststelling van het aflossingsbedrag wordt rekening gehouden met de beslagvrije voet zoals bepaald in het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.
Het door het college vastgestelde aflossingsbedrag geldt voor de belanghebbende als betalingsverplichting.
De terugbetaalverplichting gaat in per de eerste van de maand die volgt op de maand waarin het aflossingsbedrag door het college is vastgesteld.
Als het recht op bijstand in verband met het aanvaarden van werk is ingetrokken of beëindigd en er sprake is van een betaalverplichting zoals genoemd in het vijfde lid dan kan deze nog een jaar na intrekking of beëindiging van kracht blijven. Na afloop van het jaar zal door het college nader onderzoek naar de hoogte van de betaalverplichting gedaan worden. Tijdens dat onderzoek wordt gehandeld conform het vierde lid van dit artikel.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
De betalingsregeling
Onderdeel van Beleidsregels invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Harlingen 2021