Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Geheel of gedeeltelijk afzien van invordering bij schuldregeling

Onderdeel van Beleidsregels invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Harlingen 2021

Onverminderd het bepaalde in artikel 60c van de Participatiewet en artikel 29a van de IOAW en IOAZ, verleent het college medewerking aan een schuldregeling indien: redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het aflossen van zijn schulden, en redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid van dit artikel bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen, en de vordering van het college tenminste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vordering van de schuldeisers van gelijke rang. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om onder de voorwaarden zoals in artikel 18a van de Participatiewet, artikel 20a van de IOAW en artikel 20a van de IOAZ zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van een opgelegde boete te verlenen in verband met toegang tot een minnelijke schuldenregeling. Het eerste lid is niet van toepassing indien: de vordering het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende inclusief het niet of niet naar behoren nakomen van de inlichtingenplicht of het terugvorderen van bijstand betreft die is verstrekt in de vorm van een geldlening op grond van artikel 48 of 51 van de Participatiewet; de terugvordering van bijstand die gebaseerd is op artikel 58, tweede lid onderdeel f van de Participatiewet; het terugvorderen van bijstand betreft die is verstrekt in de vorm van een geldlening op grond van het bepaalde in artikel 50 tweede lid van de Participatiewet en/ of de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, behoudens voor de vordering niet op die goederen verhaald kan worden. Het besluit tot het meewerken aan een verzoek tot schuldregeling als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel treedt niet in werking voordat een schuldregeling daadwerkelijk tot stand is gekomen. Het besluit tot het meewerken aan een schuldregeling of van verdere medewerking wordt ingetrokken of ten nadele van belanghebbende gewijzigd indien: niet binnen twaalf maanden nadat het besluit tot medewerking bekend is gemaakt een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid van dit artikel; de belanghebbende zijn schuld aan het college niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel