1. Het inkomen heeft geen draagkracht indien dit inkomen niet hoger is dan 110% van de voor belanghebbende relevante bijstandsnorm. Voor bijzondere bijstand voor kosten van een bewindvoerder (als bedoeld in artikel 23 van deze beleidsregel), een mentor (als bedoeld in artikel 32 van deze beleidsregel) en een curator (als bedoeld in artikel 27 van deze beleidsregel) geldt een percentage van 100% in plaats van 110%. Dit geldt eveneens voor woonkostentoeslag (als bedoeld in artikel 43 en 44 van deze beleidsregel). Van het meerdere inkomen is 100% draagkracht. In afwijking van het voorgaande geldt voor deelname aan de gemeentelijke collectieve aanvullende zorgverzekering voor minima (als bedoeld in artikel 15 van deze beleidsregel) een inkomen van ten hoogste 125% van de relevante bijstandsnorm en wordt voor deze collectieve verzekering geen rekening gehouden met de kostendelersnorm en zijn voor dit onderdeel het derde en vierde lid niet van toepassing. De norm voor de collectieve zorgverzekering is een absolute grens. Is het inkomen hoger bestaat geen recht hierop.
2. De vrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid van de wet is van overeenkomstige toepassing voor de bijzondere bijstand met dien verstande dat voor een belanghebbende die een uitkering krachtens de IOAW of IOAZ ontvangt, in plaats van artikel 31 tweede lid onderdelen m, r en y van de wet artikel 8, tweede, vijfde en zevende lid IOAW respectievelijk artikel 8, derde, negende en elfde lid IOAZ van overeenkomstige toepassing zijn.
3. Indien belanghebbende in de Wsnp of Msnp zit voldoet hij of zij aan de draagkrachtnorm inkomen ongeacht het feitelijk inkomen, tenzij het inkomen na aflossing hoger is dan 110% van de relevante bijstandsnorm. In geval van kosten voor een bewindvoerder (als bedoeld in artikel 23 van deze beleidsregel, een mentor (als bedoeld in artikel 32 van deze beleidsregel) en een curator (als bedoeld in artikel 27 van deze beleidsregel) is het percentage 100% in plaats van 110%. Voor woonkostentoeslag (als bedoeld in artikel 43 en 44 van deze beleidsregel) geldt dat alleen gekeken wordt naar het inkomen en geen rekening wordt gehouden met de aflossingen. Indien sprake is van (voor de bijstand) gehuwden waarvan één van hen in de Wsnp of Msnp zit, wordt het inkomen van degene die niet in de Wsnp/Msnp zit afgezet tegen 50% van de relevante bijstandsnorm voor gehuwden.
4. Indien sprake is van executoriaal beslag op het inkomen wordt het deel van het inkomen dat op basis hiervan naar de beslaglegger gaat niet tot het inkomen gerekend. Dit geldt niet voor bewindvoerderskosten (als bedoeld in artikel 23 van deze beleidsregel), kosten mentorschap (als bedoeld in artikel 32 van deze beleidsregel, kosten curatele (als bedoeld in artikel 27 van deze beleidsregel) en woonkostentoeslag (als bedoeld in artikel 43 en 44 van deze beleidsregel). Het inkomen dat onder het beslag valt geldt als inkomen waarop de draagkrachtregel van toepassing is.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
draagkracht inkomen
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand Midden-Groningen 2021