Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 16.

Termijnen particuliere graven en algemene graven

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Drechterland 2021

1.. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien, twintig of veertig jaar het recht op een particulier graf, een particulier kindergraf of een grafkelder. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf, het particuliere kindergraf of de grafkelder is uitgegeven. 2.. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien, twintig of veertig jaar het recht op een urnengraf of een urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop het urnengraf of de urnennis is uitgegeven. 3.. Het in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf, tien of twintig jaar, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 4.. Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. 5.. Het gebruik van een algemeen graf wordt verleend voor een termijn van tien of twintig jaar. De termijn begint te lopen op de datum waarop het algemeen graf is uitgegeven. De termijn van een algemeen graf kan, voor zover de daartoe bestemde ruimte op de begraafplaatsen dat toelaat, met vijf jaar worden verlengd.

Rechtspraak bij dit artikel