1. Grondslagen voor de berekening van het recht genoemd in artikel 1 sub a zijn:
a. het laadvermogen van het vaartuig, uitgedrukt in tonnen;
b. de oppervlakte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters;
c. de bruto inhoud van het zeeschip, uitgedrukt in kubieke meters.
In de tarieventabel, welke bij deze verordening behoort, is per soort vaartuig aangegeven welke maatstaf van heffing van toepassing is.
2. Grondslag voor de berekening van het recht genoemd in artikel 1 sub b, is het aantal m³ of 1.000 kg overgeladen goederen. De maatstaf van m³ of kg geldt al naar gelang hetgeen voor goederen gebruikelijk is.
Artikel 4
Heffingsgrondslagen
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN SCHEEPVAARTRECHTEN MIDDELBURG 2021