Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1.

Grondbeleid in de Omgevingswet

Onderdeel van Nota grondbeleid 2021-2025 gemeente Molenlanden

Met ingang van 1 januari 2022 wordt het bestemmingsplan vervangen door het omgevingsplan en de structuurvisie door de omgevingsvisie. Vanaf 2022 worden alle gemeentelijke (bestemmings)plannen en daarmee samenhangende gemeentelijke beleid op het gebied van water, milieu, erfgoed, et cetera samengevoegd in één gebiedsdekkend omgevingsplan voor het hele gemeentelijke grondgebied. De gemeente is daarnaast verplicht om een – eveneens gebiedsdekkende - omgevingsvisie op te stellen. De omgevingsvisie is niet direct op uitvoering gericht, maar heeft een strategisch karakter en geeft op hoofdlijnen de door de raad gewenste ontwikkeling van de gemeente weer. Het is de bedoeling dat de omgevingsvisie wordt uitgewerkt en geconcretiseerd in het gemeentelijke omgevingsplan. In dat omgevingsplan worden de maatschappelijk gewenste functies zoals wonen, detailhandel, horeca, recreatie, agrarische en andere bedrijvigheid, natuur en water dus meer in detail vastgelegd. In de Omgevingswet zijn ook de wettelijke spelregels voor het gemeentelijk grondbeleid vastgelegd. Binnen die regels is het aan de gemeente om zelf te bepalen hoe zij haar grondbeleid vormgeeft. De raad is daarbij verantwoordelijk voor het maken van zorgvuldige afweging van belangen en het vaststellen van de financiële kaders van het grondbeleid in de gemeentelijke begroting.. Via het grondbeleid kan de gemeente de regie voeren bij de inrichting van onze fysieke leefomgeving. Het grondbeleid biedt de mogelijkheid om de ontwikkelingen op de lokale grondmarkt te beïnvloeden. Dat is bijvoorbeeld van belang om er voor te zorgen dat de grondprijzen voor woningbouw niet de pan uitrijzen. In het grondbeleid komen twee gelijkwaardige werkvelden samen: het beleid voor de fysieke leefomgeving (voorheen: ruimtelijke ordening) en het gemeentelijke financiële beleid.

Rechtspraak bij dit artikel