De kostensoorten die gemeenten dient te verhalen zijn limitatief opgesomd in de kostensoortenlijst. In die lijst staan alle kostensoorten die de gemeente publiekrechtelijk mag en soms moet verhalen. Kosten die niet op de lijst staan mag de gemeente niet publiekrechtelijk verhalen. Hiermee komt een einde aan jaren bestaande rechtsonzekerheid en onnodig lange onderhandelingen over kostensoorten.
Omdat de gemeente verplicht is haar kosten te verhalen op ontwikkelende partijen, waarbij de systematiek uit de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening min of meer als ondergrens kan worden beschouwd, gaat van de kostensoortenlijst er een zekere schaduwwerking vanuit. Inzicht in de werking van de wet geeft ook inzicht in wat een gemeente minimaal in een privaatrechtelijke overeenkomst kan verlangen. Het gaat hierbij onder andere om:
plankosten;
kosten van inzet van de ambtelijke organisatie (bijv. participatietraject / inloopavonden e.d.);
kosten van (civiele) werken en werkzaamheden;
kosten die voortvloeien uit maatregelen (het opheffen hindercirkels, milieucompensatie);
planschadekosten;
kosten van bovenwijkse voorzieningen.
Kostenverhaal in de Omgevingswet wijkt op onderdelen af van de regeling in de Wro. De belangrijkste wijzigingen zijn als volgt:
Kostenverhaal wordt volledig geïntegreerd in het omgevingsplan, het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het exploitatieplan verdwijnt als zelfstandig plan en gaat op in het omgevingsplan. Ook de plicht tot jaarlijkse actualisering van het de cijfers is vervallen. De term “grondexploitatie” wordt vervangen door “kostenverhaal”. Daarbij gaat het om gemeentelijke kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen.
Voor publiekrechtelijk kostenverhaal zijn er binnen de Omgevingswet twee systemen. Ten opzichte van de Wro is er een nieuw systeem voor kostenverhaal toegevoegd. Dit systeem is bestemd voor organische gebiedsontwikkeling, dat is gebiedsontwikkeling zonder eindbeeld en zonder tijdvak. Hieraan gekoppeld is het kostenverhaal zonder tijdvak. Het toedelen van globale en flexibele functies aan locaties is hierbij eenvoudiger. Bij het vaststellen van het omgevingsplan is dan geen gedetailleerde raming van kosten en opbrengsten meer vereist. Bij dit “kostenverhaal zonder tijdvak” worden de kosten en bijdragen pas bij de aanvraag geconcretiseerd.
Tot 2022 is het publiekrechtelijk kostenverhaal gebaseerd op het gemeentelijk exploitatieplan. Daarna staan de spelregels voor het gemeentelijk kostenverhaal dus in het omgevingsplan. Als de gemeenteraad een omgevingsplan vaststelt, zal dat plan dus een onderbouwde berekening moeten bevatten van de kosten voor de inrichting van de openbare ruimte die de gemeente moet maken als de bouwmogelijkheden die het plan biedt worden gerealiseerd.
Bij langlopende bouwprojecten hoeft een initiatiefnemer niet steeds het volle bedrag van het inrekening gebrachte kostenverhaal te betalen. Gefaseerde betaling is mogelijk. Ook is het mogelijk om in een anterieure overeenkomst afspraken te maken over restitutie. Het omgevingsplan bepaalt ook het moment van eindafrekening. Het moment van eindafrekening wordt niet meer in de wet zelf voorgeschreven. Initiatiefnemers kunnen daarnaast vanaf vijf jaar na betaling een individuele eindafrekening vragen.
Publiekrechtelijk kostenverhaal met tijdvak kan echter ook geregeld worden via de verlening van een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit of via het projectbesluit. Het college legt in die gevallen een zogeheten beschikking bestuursrechtelijke geldschuld op aan de initiatiefnemer. Het innen van de kosten gebeurt dan via de opgelegde beschikking.
In de volgende drie gevallen kan de gemeente afzien van kostenverhaal:
als er minder dan 10.000 euro verhaalbare kosten zijn.
als er geen verhaalbare kosten zijn voor openbare werken.
als er alleen kosten zijn voor de aansluiting op de openbare ruimte of nutsvoorzieningen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Wettelijk systeem van kostenverhaal
Onderdeel van Nota grondbeleid 2021-2025 gemeente Molenlanden