De kosten van grondbeleid zijn afhankelijk van de specifieke omstandigheden en de conjunctuur. Meerdere factoren zijn van invloed op het grondbeleid. Een deel van deze factoren is niet of nauwelijks door de gemeente te beïnvloeden. Denk aan macro-invloeden zoals rentepercentages, grond- en verkoopprijzen of andere marktomstandigheden of aan meer specifieke risico’s zoals de kans op vertragingen door inspraakprocedures, het moeten voldoen aan milieuvereisten of afhankelijkheden van andere betrokken partijen (provincie, Rijkswaterstaat, leveranciers).
De kosten en opbrengsten die samenhangen met het grondbeleid strekken zich uit over meerdere jaren. De raad moet – alvorens goedkeuring te geven aan de gebiedsontwikkeling – vooraf informatie krijgen over de voorgenomen ingrepen en de kosten, opbrengsten, risico’s en looptijd. Tevens moet daarbij in beeld worden gebracht hoe verliezen zullen worden gedekt en ingeval van winstgevende projecten, ten gunste waarvan deze middelen zullen worden gebracht, zowel tussentijds als na afronding van het project.
Vanwege de impact van gebiedsontwikkeling voor een gemeente en haar financiële positie is een jaarlijkse actualisatie - zeker bij actief grondbeleid - nodig. De gemeente kiest ervoor dit via de begroting te doen, of door een afzonderlijke jaarlijkse doorrekening van grondexploitaties als onderdeel van de MJIP (MeerJarigInvesteringsProgramma) Grondexploitaties aan de raad voor te leggen om op basis daarvan - al dan niet in geconsolideerde vorm - de ramingen te actualiseren. De actualisatie via de MJIP is feitelijk een nieuwe begroting voor de grondexploitaties die daarmee onderhevig zijn aan besluitvorming door de gemeenteraad. Deze doorrekening vindt jaarlijks plaats in de P&C cyclus bij de Zomernota.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1
Wat kost het grondbeleid?
Onderdeel van Nota grondbeleid 2021-2025 gemeente Molenlanden