De burgemeester acht een hond hinderlijk, in de zin van artikel 2:59 APV, als een hond een persoon of een dier bijt, maar waarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen. De burgemeester geeft de eigenaar of de houder van de hond een waarschuwing en kan daarbij tevens overgaan tot het opleggen van een aanlijngebod.
Het aanlijngebod geldt zolang de hond in leven is, met uitzondering van artikel 4 lid 3.
Hoofdstuk
Artikel 2
Hinderlijke hond
Onderdeel van Beleidsregel gevaarlijke honden gemeente Molenlanden 2020