Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Laarbeek 2021

In deze beleidsregel wordt verstaan onder: bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek; aanvraag: de aanvraag voor een standplaatsvergunning; standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; vergunninghouder: ieder aan wie door het bestuursorgaan een vergunning voor een standplaats is verleend; APV: de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Laarbeek; controleur: de met het toezicht op de naleving en de handhaving van de bepalingen van de APV aangewezen toezichthouder(s); weg: de weg als bedoeld in afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening; weekmarkt: de warenmarkten in Laarbeek welke krachtens besluit van de raad op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd worden gehouden; reguliere standplaats: een standplaats voor bepaalde tijd, voor een vast aantal dagdelen per week; incidentele standplaats: een standplaats waar per jaar per locatie 5 incidentele standplaatsen zijn toegestaan. Een incidentele standplaats wordt verleend voor de duur van maximaal 12 dagen per jaar. Uitgezonderd de branches oliebollen en kerstbomen: hiervoor kan een incidentele standplaats worden ingenomen in de maanden november en december.

Rechtspraak bij dit artikel