**1..** De vergunning kan worden ingetrokken:
op (schriftelijk) verzoek van de vergunninghouder;
wanneer niet langer wordt voldaan aan de voor de vergunninghouder geldende wettelijke vestigingseisen;
indien de vergunninghouder het bij of krachtens deze beleidsregels bepaalde overtreedt;
indien de vergunninghouder, niet of niet tijdig de (financiële) rechten, onder welke naam dan ook verschuldigd, voldoet;
indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
indien ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien niet wordt voldaan aan de vereisten gesteld in de Warenwet of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer op grond van de Wet Milieubeheer;
indien veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten aanleiding geven om deze beleidsregels te herzien en de vergunning niet in overeenstemming is met de herziene beleidsregel;
indien de standplaats gedurende drie achtereenvolgende weken of gedurende zes maal in een kwartaal niet wordt ingenomen; gevallen van overmacht, incidentele standplaatsen en een gebruikelijke vakantieperiode uitgezonderd.
**2..** De vergunning kan enkel worden ingetrokken nadat de vergunninghouder gehoord is, met uitzondering van het 1e lid onder b van dit artikel.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.9
Intrekking vergunning
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Laarbeek 2021