Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.9

Intrekking vergunning

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Laarbeek 2021

1.. De vergunning kan worden ingetrokken: op (schriftelijk) verzoek van de vergunninghouder; wanneer niet langer wordt voldaan aan de voor de vergunninghouder geldende wettelijke vestigingseisen; indien de vergunninghouder het bij of krachtens deze beleidsregels bepaalde overtreedt; indien de vergunninghouder, niet of niet tijdig de (financiële) rechten, onder welke naam dan ook verschuldigd, voldoet; indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; indien ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien niet wordt voldaan aan de vereisten gesteld in de Warenwet of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer op grond van de Wet Milieubeheer; indien veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten aanleiding geven om deze beleidsregels te herzien en de vergunning niet in overeenstemming is met de herziene beleidsregel; indien de standplaats gedurende drie achtereenvolgende weken of gedurende zes maal in een kwartaal niet wordt ingenomen; gevallen van overmacht, incidentele standplaatsen en een gebruikelijke vakantieperiode uitgezonderd. 2.. De vergunning kan enkel worden ingetrokken nadat de vergunninghouder gehoord is, met uitzondering van het 1e lid onder b van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel